ECLI:NL:CRVB:2011:BP3158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, werkzaam als verkoopster in een slagerij, werd wegens knie- en rugklachten en de ziekte van Pfeiffer arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. Het UWV trok deze uitkering in per 5 januari 2009 wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%, maar herzag dit besluit na bezwaar tot een mate van 15-25%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond, omdat de medische gegevens voldoende waren en appellante geen aanvullende medische informatie aanleverde die twijfel zou kunnen zaaien over de beoordeling. De bezwaarverzekeringsarts had uitgebreid gemotiveerd waarom een urenbeperking niet aannemelijk was en de bezwaararbeidsdeskundige had toegelicht dat de voorgehouden functies binnen de belastbaarheid van appellante vielen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel in hoger beroep. De Raad vond het medisch onderzoek zorgvuldig en zag geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige. Tevens oordeelde de Raad dat appellante in staat moet worden geacht de voorgehouden functies te verrichten, die voornamelijk zittend licht productiewerk of administratief dienstverlenend werk betreffen.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep van appellante af.