ECLI:NL:CRVB:2011:BP3097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, sinds 1996 arbeidsongeschikt wegens nek-, arm- en psychische klachten, kreeg een WAO-uitkering toegekend met een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herzieningsbesluit van het Uwv in 2007 werd haar uitkering aangepast naar 35-45% op basis van een medisch en arbeidskundig onderzoek. Appellante stelde in bezwaar en beroep dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onjuist was ingevuld en dat de voorgestelde functies haar belastbaarheid overschreden.
De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen in de FML adequaat waren gemotiveerd. De Raad vond geen aanwijzingen voor psychische aandoeningen die beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren rechtvaardigen. De arbeidsdeskundige had voldoende toegelicht waarom de geselecteerde functies passend waren ondanks enkele signaleringen in de FML.
Ook de door appellante gevraagde uitlooptermijn van zes maanden werd afgewezen, omdat zij als EU-burger zonder verblijfsrechtelijke belemmeringen toegang heeft tot de Nederlandse arbeidsmarkt. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het beroep van appellante ongegrond.