ECLI:NL:CRVB:2011:BP2970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, een magazijnmedewerker, diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een uitgebreid verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek oordeelde het UWV dat appellant niet arbeidsongeschikt was voor ten minste 35% en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld en de geduide functies passend werden geacht.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen, met name door slaapgebrek en fysieke beperkingen bij bepaalde bewegingen, en betwistte de geschiktheid van de geduide functies en zijn beheersing van de Nederlandse taal. De Raad stelde vast dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en onderschreef het oordeel dat appellant medisch en arbeidskundig in staat is ten minste drie van de vijf geduide functies te verrichten.
De Raad ging ook in op de taalbeheersing en concludeerde dat voor de functies zonder specifieke opleidingseisen voldoende taalvaardigheid aanwezig is en dat voor functies met een VMBO-opleiding het beperkte taalniveau geen belemmering vormt. Gezien deze bevindingen bevestigde de Raad het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.