ECLI:NL:CRVB:2011:BP2968
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke aanstelling ambtenaar wegens bezuinigingen
Verzoekster was tijdelijk in dienst bij de gemeente Etten-Leur en kreeg te horen dat haar aanstelling van rechtswege zou eindigen op 1 augustus 2010. Na bezwaar en een eerdere uitspraak van de rechtbank die het college opdroeg een nieuwe beslissing te nemen, stelde het college een nieuw besluit waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard. Verzoekster vroeg daarop een voorlopige voorziening om haar dienstverband te verlengen.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep overwoog dat gezien de inkomenssituatie van verzoekster sprake was van een spoedeisend belang. Echter, de beëindiging van haar aanstelling was het gevolg van noodzakelijke bezuinigingen en opheffing van haar formatieplaats. Er was geen sprake van een ondubbelzinnige toezegging van een vaste aanstelling en de tijdelijke aanstelling liep van rechtswege af.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het niet verlengen van de aanstelling in rechte waarschijnlijk standhoudt en dat het verzoek om een voorlopige voorziening daarom moet worden afgewezen. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet verlengen van de tijdelijke aanstelling wordt afgewezen.