ECLI:NL:CRVB:2011:BP2961

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-5847 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen en overhandigde medische rapporten van een neuroloog en een gz-psycholoog ter onderbouwing.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische rapporten dateren van na de peildatum en geen bewijs leveren voor een andere situatie op die datum. De Raad hechtte daarom geen waarde aan deze rapporten en onderschreef het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts dat de beperkingen juist waren ingeschat. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de functies waarop de schatting is gebaseerd, passend zijn, en dat de mate van arbeidsongeschiktheid onder de 35% blijft.

De Raad concludeerde dat het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank bevestigd moeten worden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door M. Greebe op 2 februari 2011.

Uitkomst: Geen recht op WIA-uitkering omdat arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.

Uitspraak

09/5847 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 21 september 2009, 08/1801 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 2 februari 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft S.A.E. Vancraeynest, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 2 februari 2010 zijn namens appellant nadere medische stukken overgelegd naar aanleiding waarvan, op verzoek van de Raad, het Uwv reacties van de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige heeft ingezonden.
Bij brief van 22 november 2010 heeft mevrouw Vancraeynest de Raad meegedeeld niet langer als gemachtigde van appellant op te treden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 december 2010. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door P.J.L.H. Coenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Het beroep richt zich tegen het ter uitvoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) op 24 oktober 2008 door het Uwv bekend gemaakte besluit. Hierbij heeft het Uwv gehandhaafd zijn besluit van 29 juli 2008 dat voor appellant met ingang van 1 september 2008 geen recht op uitkering is ontstaan omdat zijn mate van arbeidsongeschiktheid minder is dan 35%.
2. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft in hoger beroep zijn eerder in bezwaar en beroep naar voren gebrachte stellingen herhaald. Hij is van mening dat zijn medische beperkingen door het Uwv onjuist zijn ingeschat. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft appellant een rapport van neuroloog drs. C.A.M. Henke van 15 oktober 2009 en een rapport van gz-psycholoog M. van de Laar van 28 oktober 2009 overgelegd. Hij betwist dat hij met zijn beperkingen in staat is om de functies te vervullen die aan de schatting ten grondslag zijn gelegd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek voldoende uitgebreid en zorgvuldig is geweest en dat de beperkingen van appellant juist zijn ingeschat. De verzekeringsarts heeft appellant onderzocht, informatie van de behandelend sector meegewogen en rekening houdende met appellants klachten beperkingen aangenomen ten aanzien van persoonlijk en sociaal functioneren. Voorts heeft de verzekeringarts aanleiding gezien energetische beperkingen aan te nemen. De beperkingen zijn neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van
7 juli 2008. In het kader van de heroverweging in bezwaar kon de bezwaarverzekeringsarts, mede op basis van informatie verkregen van de huisarts van appellant, tot de conclusie komen dat met de FML de mogelijkheden van appellant, bij wie geen duidelijke of slechts geringe afwijkingen zijn gevonden, niet zijn overschat.
4.2. De in hoger beroep namens appellant overgelegde medische informatie werpt geen ander licht op de door het Uwv vastgestelde en in de eerder genoemde FML neergelegde beperkingen. Allereerst merkt de Raad op dat de onderzoeken, waarvan de bevindingen de grondslag vormen voor de in hoger beroep overgelegde rapporten, eerst in oktober 2009 hebben plaatsgevonden. Verder blijkt uit deze rapporten niet dat de bevindingen eveneens van toepassing zijn op de gezondheidssituatie van appellant op de datum hier in geding, te weten 1 september 2009. Aan deze rapporten kan niet die waarde kan worden toegekend die appellant daaraan toegekend zou willen zien. De Raad ziet geen aanleiding om het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts, ten aanzien van de in hoger beroep overgelegde medische informatie, zoals neergelegd in zijn rapport van 14 april 2010, voor onjuist te houden.
4.3. De schatting is gebaseerd op de functies bezorger pakketten e.d. (SBC code 111230), heftruckchauffeur (SBC code 282112) en administratief medewerker (beginnend) (SBC code 315090). Uit het in hoger beroep door de bezwaararbeidsdeskundige overgelegde rapport blijkt dat een van de functies onder de SBC code 111230, te weten de functie bezorger pakketten e.d., een omvang van 9 uur per dag kent, terwijl appellant gemiddeld ongeveer 8 uur per dag kan werken. De bezwaararbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat deze functie niet toelaatbaar is en dat dit tot gevolg heeft dat er onder SBC code 111230 onvoldoende arbeidsplaatsen resteren.
4.4. Met de bezwaararbeidsdeskundige is de Raad van oordeel dat het wegvallen van deze functie voor de uitkomst van de schatting geen consequenties heeft. De arbeidsdeskundige heeft in zijn rapport van 23 juli 2008 de geschiktheid van de ook aan appellant voorgehouden functie van postbesteller (SBC code 282080) voldoende toegelicht. Berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid met meeneming van de functie van postbesteller, leidt nog steeds tot een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
5. Dat betekent dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
6. De Raad ziet geen reden voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2011.
(get.) M. Greebe.
(get.) M. Mostert.
IvR