ECLI:NL:CRVB:2011:BP2521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling WIA-dagloon zonder verrekening vordering van 4.500 euro
Appellant was in 2005 werkzaam als chef-kok bij twee werkgevers, waarvan het laatste dienstverband eindigde op 31 augustus 2005. Er was een vordering van €4.500,- op zijn voormalige werkgever, die in een verstekvonnis werd bevestigd. Appellant stelde dat dit bedrag in het dagloon voor de WIA-uitkering moest worden meegenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij niet had aangetoond dat het bedrag in 2005 niet inbaar was. Appellant had pas na het refertejaar actie ondernomen om betaling te verkrijgen, wat onvoldoende was om het bedrag buiten het dagloon te houden.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en benadrukte dat het uitgangspunt is dat het dagloon gebaseerd is op daadwerkelijk genoten loon, met uitzondering van loon dat wel vorderbaar maar niet inbaar is. Omdat appellant niet had aangetoond dat het bedrag niet inbaar was, werd het beroep verworpen.
De Raad wees ook op de juiste toepassing van de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen en het Besluit dagloonregels, waarbij het genietingsmoment en de inbaarheid van loon bepalend zijn. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het dagloon zonder verrekening van de vordering van €4.500,- wordt bevestigd.