ECLI:NL:CRVB:2011:BP2451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering op grond van een afgenomen arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond, waarbij het oordeel van de door de rechtbank ingeschakelde deskundige, zenuwarts Boeykens, leidend was. Deze concludeerde dat appellante in staat was tot het vervullen van de aan de schatting ten grondslag gelegde functies.
In hoger beroep voerde appellante medische bezwaren aan en betwistte zij dat twee functies, huishoudelijk medewerker en huishoudelijk medewerker gebouwen, als verschillend konden worden aangemerkt. De Raad volgde het standpunt van het UWV dat deze functies voldoende van elkaar verschillen. Tevens werd het argument dat appellante niet zelfstandig woon-werkverkeer kon verrichten onderzocht.
De Raad oordeelde dat de verklaring van de psychiater Gerards onvoldoende onderbouwing bood voor het vervoersprobleem op de datum van intrekking. Het UWV bood een aanvullende vervoersvoorziening per taxi aan, waarvoor een eigen bijdrage werd verlangd. De Raad vond deze eigen bijdrage geen belemmering voor het passend achten van een functie.
Gelet op deze overwegingen werd het hoger beroep van appellante verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid en passendheid van functies.