ECLI:NL:CRVB:2011:BP2337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melding vermogen
Appellanten ontvingen sinds 1998 bijstand en kregen deze ingetrokken over de periode 2000 tot 2007 vanwege het niet melden van een bankrekening met tegoeden boven de vrijlatingsgrens. Het College stelde dat appellanten beschikten over dit vermogen, terwijl appellanten stelden dat de rekening op verzoek van de overleden broer van appellant was geopend en het geld bestemd was voor derden in Irak.
De Raad onderzocht de bankafschriften en concludeerde dat er geen objectieve en verifieerbare bewijsstukken waren die de stellingen van appellanten ondersteunden. Er was geen administratie of bewijs van uitbetaling aan derden, en de verklaringen van derden waren onvoldoende concreet en niet herleidbaar naar de bankafschriften.
De Raad oordeelde dat het College terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd op grond van de WWB, omdat appellanten hun inlichtingenplicht hadden geschonden. De stelling dat zij uit ideële overwegingen handelden, deed hieraan niet af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht door appellanten.