ECLI:NL:CRVB:2011:BP1918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening studiefinancieringsbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante ontving studiefinanciering over de studiejaren 2000/2001 en 2001/2002. De Minister herzag de toekenning in 2002 en 2003 vanwege inschrijvings- en uitwonendencontroles, waarna te veel ontvangen bedragen werden teruggevorderd. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. In 2008 verzocht zij alsnog om herstel van de toekenning, stellende dat zij wel degelijk ingeschreven was gedurende de betreffende periode. De Minister wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden binnen vijf jaar waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en oordeelde dat de door appellante overgelegde bewijsstukken niet als nieuwe feiten konden worden beschouwd. De Raad onderschrijft deze overwegingen en benadrukt dat de evidente onjuistheid van een besluit op zichzelf geen reden is om terug te komen op een onherroepelijk besluit. Ook de persoonlijke omstandigheden van appellante veranderen hier niets aan.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Hiermee blijft de afwijzing van het verzoek tot herziening in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van studiefinancieringsbesluiten wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten binnen de gestelde termijn.