ECLI:NL:CRVB:2011:BP0937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende tweede spoor re-integratie-inspanningen
Betrokkene, werkgever van een werknemer die uitviel door een bedrijfsongeval, kreeg een loonsanctie opgelegd door het UWV wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen via het tweede spoor. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het volgens haar niet vaststond dat terugkeer in het eigen werk onmogelijk was en het tweede spoor te vroeg werd ingezet.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders. Uit de medische en arbeidskundige rapporten blijkt dat vanaf juni 2007 duidelijk was dat terugkeer in het eigen werk onwaarschijnlijk was en dat het tweede spoor ingezet had moeten worden. Betrokkene heeft dit te laat gedaan en onvoldoende concrete re-integratieactiviteiten verricht.
De Raad wijst de stelling van betrokkene af dat zij niet gehouden was het tweede spoor in te zetten voordat vaststond dat het eerste spoor niet meer mogelijk was. Ook het argument dat betrokkene de adviezen van de bedrijfsarts en arbeidskundige volgde, ontslaat haar niet van verantwoordelijkheid. De loonsanctie blijft daarom gehandhaafd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende tweede spoor re-integratie-inspanningen wordt gehandhaafd en het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.