ECLI:NL:CRVB:2010:BP0852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WAO-procedure
Appellant, die sinds 1992 arbeidsongeschikt was, voerde een langdurige procedure tegen het UWV over zijn recht op een WAO-uitkering. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures werd uiteindelijk in april 2008 een WAO-uitkering toegekend met terugwerkende kracht vanaf juni 1993.
Appellant vorderde schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De rechtbank wees dit verzoek af, maar stelde het bezwaar tegen het besluit op bezwaar van 20 augustus 2007 wel gegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de redelijke termijn was overschreden omdat de behandeling van het bezwaar en beroep langer dan de toegestane termijnen had geduurd. De Raad stelde vast dat de redelijke termijn eindigde met de betaling van de uitkering in februari 2009, waarbij de overschrijding voor rekening van het UWV kwam.
De Raad vernietigde het deel van het vonnis dat de schadevergoeding afwees en veroordeelde het UWV tot betaling van €500 aan appellant wegens immateriële schade, alsmede tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt de toepassing van redelijke termijnen in bestuursrechtelijke procedures en bevestigt dat overschrijding leidt tot een beperkte schadevergoeding, tenzij bijzondere omstandigheden ontbreken.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €500 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.