ECLI:NL:CRVB:2010:BP0637
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor capaciteitenonderzoek en verhuiskosten
Appellante, een alleenstaande ouder die bijstand ontvangt, verzocht het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage om bijzondere bijstand voor de kosten van een onderzoek naar de leercapaciteiten van haar zoon en voor verhuizing en opslag van haar inboedel. Het College wees beide aanvragen af omdat de kosten niet als noodzakelijke kosten van het bestaan werden beschouwd en de verhuizing niet noodzakelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van het capaciteitenonderzoek gegrond vanwege een nieuw standpunt van het College, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het beroep tegen de verhuiskosten werd ongegrond verklaard. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en de hoogte van de proceskostenvergoeding.
De Raad oordeelde dat appellante weliswaar nieuwe feiten had gesteld, maar onvoldoende objectieve gegevens over de noodzaak van het capaciteitenonderzoek had overgelegd. De kosten werden daarom niet als noodzakelijk aangemerkt. Ook voor de verhuiskosten ontbraken voldoende onderbouwing en bewijs van noodzaak. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar het College werd veroordeeld tot vergoeding van een deel van de reiskosten en het griffierecht.
De Raad vernietigde het deel van de uitspraak over het capaciteitenonderzoek en verklaarde het beroep daarop ongegrond, bevestigde het overige en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van bijzondere bijstand voor het capaciteitenonderzoek wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van verhuiskosten bevestigd.