ECLI:NL:CRVB:2010:BO9953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankbeslissing inzake vaststelling dagloon en proceskostenvergoeding WW-uitkering
Appellant, die een WAO-uitkering ontving, kreeg deze herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid, waarop een WW-uitkering werd toegekend met een vastgesteld dagloon. Na bezwaar werd het dagloon aangepast in verband met de gewijzigde arbeidsongeschiktheid. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens het ontbreken van een hoorzitting, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat partijen het inmiddels eens waren over het dagloon.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij zijn argumenten over het dagloon had willen toelichten tijdens een hoorzitting. De Raad overwoog dat appellant zowel in beroep als hoger beroep ruimschoots gelegenheid had gehad om zijn standpunten naar voren te brengen, zodat een hoorzitting niets meer zou toevoegen.
De Raad kende de proceskostenvergoeding de gewichtsfactor 'licht' toe omdat het bestreden besluit rechtstreeks voortvloeide uit een eerder besluit. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, zonder toekenning van extra proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en laat het bestreden besluit over het dagloon en de proceskostenvergoeding in stand.