ECLI:NL:CRVB:2010:BO9812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.C.P. Venema
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming thuiswonende gehandicapte kinderen op basis van TOG 2000
Betrokkene vroeg een tegemoetkoming aan op grond van de Regeling tegemoetkoming thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 (TOG 2000) voor haar dochter met de ziekte Von Willebrand, type III. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) wees de aanvraag af omdat de dochter niet voldeed aan het criterium van aanzienlijk meer afhankelijkheid van verzorging en oppassing dan een gezond kind van dezelfde leeftijd, gebaseerd op een score van acht punten in het Beoordelingsinstrument TOG, waar minimaal tien punten vereist zijn.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat zij vond dat het Beoordelingsinstrument niet in alle gevallen recht doet aan de ratio van de TOG 2000 en dat in dit geval sprake was van min of meer permanent toezicht. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het Beoordelingsinstrument ten tijde van het geschil niet als beleidsregel gold omdat het niet op de juiste wijze was bekendgemaakt. Desondanks acht de Raad het instrument als vaste gedragslijn van de SVB en niet in strijd met geschreven of ongeschreven recht.
De Raad concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die toepassing van het Beoordelingsinstrument in dit geval verbieden. De medische adviezen, waaronder die van de behandelend kinderarts, wijzen niet op een noodzaak voor permanent toezicht. De Raad verklaart het beroep van betrokkene ongegrond en vernietigt het vonnis van de rechtbank, waarmee de afwijzing van de tegemoetkoming wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming op grond van de TOG 2000 bevestigd.