ECLI:NL:CRVB:2010:BO9775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlenging wachtgeld wethouder wegens te korte ambtsperiode
Appellant was wethouder in de gemeente Grootegast van 15 april 1992 tot 9 april 2002 en ontving op grond van de APPA wachtgeld voor zes jaar. Hij verzocht om verlenging van het wachtgeld tot zijn 65e jaar via de hardheidsclausule, maar dit werd door de raad afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
Appellant stelde dat de raadsvergadering waarin zijn ontslag werd vastgesteld een week was vervroegd, waardoor hij net geen 10 jaar wethouder was en daardoor zijn recht op verlenging van het wachtgeld misliep. Tevens stelde hij dat de burgemeester hem had toegezegd dat zijn wachtgeld tot 65 jaar niet in gevaar zou komen. De Raad oordeelde dat er geen bijzonder geval was omdat de vervroeging van de vergadering niet met de intentie was om appellant te benadelen en dat de toezegging van de burgemeester niet rechtsgeldig was vanwege de gewijzigde wettelijke situatie.
De Raad erkende dat appellant zich gegriefd voelde omdat hij niet waardig afscheid kon nemen, maar dit leidde niet tot een bijzonder geval. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het verzoek tot verlenging van het wachtgeld werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van het wachtgeld tot het 65e jaar wordt afgewezen omdat geen bijzonder geval is aangetoond.