ECLI:NL:CRVB:2010:BO9766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar militair invaliditeitspensioen wegens termijnoverschrijding
Appellant, voormalig militair in het KNIL en Koninklijke Landmacht, diende in juli 2007 een aanvraag in voor een militair invaliditeitspensioen. De staatssecretaris wees deze aanvraag bij besluit van 18 maart 2008 af. Appellant maakte op 13 mei 2008 bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaarperiode, aangenomen dat het besluit op 27 maart 2008 was ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat appellant, ondanks zijn vakantie van 25 maart tot 7 mei 2008, tijdig een gemachtigde had moeten aanstellen om zijn belangen te behartigen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er ten tijde van zijn vakantie nog geen juridische procedure liep, waardoor aanstelling van een gemachtigde niet noodzakelijk was.
De Raad overwoog dat de termijn om bezwaar te maken op 7 mei 2008 eindigde, maar appellant pas op 13 mei 2008 bezwaar indiende. Uit het vluchtschema bleek dat appellant op 28 april 2008 terugkeerde, waardoor hij ruim een week had om tijdig bezwaar te maken. De Raad concludeerde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij de gronden werden verbeterd. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van het militair invaliditeitspensioen is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.