ECLI:NL:CRVB:2010:BO9039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- M.S.E. Wulffraat - van Dijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij WAO-uitkering
Appellant, voormalig beleggingsadviseur, viel uit wegens psychische klachten en een oogaandoening, waarna het UWV zijn WAO-uitkering vaststelde op een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65% op basis van feitelijke verdiensten. Bij besluit van 15 maart 2007 en bezwaarbesluit van 10 september 2008 werd deze mate ongewijzigd vastgesteld.
Appellant stelde beroep in tegen de theoretische schatting van arbeidsongeschiktheid, maar erkende de feitelijke verdiensten. De Raad overwoog dat procesbelang ontbreekt indien het nagestreefde resultaat niet kan worden bereikt; een succes tegen de theoretische schatting leidt niet tot een hogere uitkering omdat de feitelijke verdiensten bepalend zijn.
De Raad voegde toe dat medische en arbeidskundige beoordelingen alleen relevant zijn voor de specifieke beoordelingsdatum, en appellant vrij staat om bij toekomstige beoordelingen bezwaren aan te voeren. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant ad € 322,-. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 december 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.