ECLI:NL:CRVB:2010:BO9030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting beperkingen
Appellante stelde beroep in tegen de herziening van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 35 tot 45%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en goed gemotiveerd was.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, waaronder geheugen- en concentratieproblemen, beperkingen bij vervoer en fysieke belasting, en stelde dat niet adequaat rekening was gehouden met verzekeringsgeneeskundige protocollen. De Raad onderschreef echter de overwegingen van de rechtbank en vond dat de functies passend waren binnen haar mogelijkheden.
De Raad oordeelde dat de bezwaararbeidsdeskundige voldoende had toegelicht waarom de belastingen van de geselecteerde functies binnen de mogelijkheden van appellante lagen. Ook werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan appellante vergoed.
De uitspraak bevestigt dat de medische en arbeidskundige gronden voor de herziening deugdelijk zijn en dat de bezwaren onvoldoende aanleiding geven tot wijziging van het besluit.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.