ECLI:NL:CRVB:2010:BO8930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling dagloon bij wijziging beloningssystematiek volgens artikel 11 Besluit dagloonregels
Appellant was werkzaam als chauffeur op oproepbasis met een nul-urencontract en ontving zijn loon over januari 2008 pas in februari 2008 vanwege een gewijzigde beloningssystematiek. Het UWV stelde het dagloon vast op basis van het loon dat in januari 2008 werd genoten, niet het in februari uitbetaalde loon. Appellant maakte bezwaar en stelde dat het gunstiger zou zijn het loon uit februari mee te nemen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond voor zover het dagloon werd aangepast vanwege een correctie van het salaris, maar oordeelde dat het UWV terecht het loon uit februari niet had betrokken bij de berekening van het dagloon. In hoger beroep voerde appellant aan dat het loondervingsbeginsel een redelijke toepassing van het Besluit dagloonregels vereist, waarbij het loon uit februari betrokken moet worden.
De Raad overwoog dat artikel 11, eerste lid, van het Besluit een afwijkende systematiek voorschrijft voor arbeidsgehandicapten, waarbij het dagloon wordt berekend op basis van het loon uit het laatste volledige loonaangiftetijdvak voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid. De wetgever heeft niet voorzien in afwijking van deze systematiek, ook niet als dit voor de verzekerde minder gunstig uitvalt. De Raad bevestigt dat het dagloon op deze wijze moet worden vastgesteld en wijst het hoger beroep af.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 december 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het dagloon moet worden vastgesteld volgens artikel 11, eerste lid, van het Besluit dagloonregels, ook als dit leidt tot een lager dagloon door een wijziging in de beloningssystematiek.