ECLI:NL:CRVB:2010:BO8598
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuist opgegeven woonadres
Appellant ontving vanaf 1998 bijstand en gaf op vanaf maart 2005 te wonen aan een adres in Haarlem. Naar aanleiding van een melding van de woningbouwvereniging dat de woning niet bewoond werd, startte het College een onderzoek met huisbezoek, buurtonderzoeken en observaties. Dit leidde tot het besluit de bijstand vanaf mei 2007 in te trekken en de kosten over de periode maart 2005 tot mei 2007 terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook in hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant niet feitelijk woonde op het opgegeven adres. Bewijzen hiervoor zijn onder meer het huisbezoek waarbij geen persoonlijke spullen werden aangetroffen, verklaringen van buurtbewoners die appellant niet als bewoner herkennen, en het lage waterverbruik in de woning.
De Raad stelt dat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden door een onjuist woonadres op te geven, waardoor niet kan worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. Het College was daarom bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Appellant voerde nog een beroep op het gelijkheidsbeginsel en disproportionaliteit van de terugvordering, maar deze werden verworpen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting over het woonadres.