ECLI:NL:CRVB:2010:BO8580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), maar het UWV wees dit af omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat zij meer beperkingen heeft, mede vanwege haar medische situatie, opleidingsniveau en taalvaardigheid. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling juist en zorgvuldig was en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 23 april 2007 een betrouwbare basis vormde.
De Raad vond dat de geselecteerde functies passend waren en dat appellante met haar achtergrond en ervaring aan het vereiste opleidingsniveau 2 voldeed. Ook werd haar taalvaardigheid voldoende geacht gezien haar langdurige verblijf en werkervaring in Nederland.
Gelet op deze overwegingen werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De afwijzing van de WIA-uitkering wordt bevestigd omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geschikt wordt geacht voor passende functies.