ECLI:NL:CRVB:2008:BF1936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks geschil over opleidingsniveau en taalvaardigheid
Appellante was sinds 1999 arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. In 2005 werd deze uitkering ingetrokken wegens vermindering van haar arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%. Na bezwaar en beroep werd de uitkering opnieuw ingetrokken per 1 augustus 2006, wat het bestreden besluit vormde.
De rechtbank oordeelde dat de medische en arbeidskundige gronden voor intrekking voldoende waren onderbouwd, waarbij rekening was gehouden met knieklachten en psychische belasting. De rechtbank vond ook dat appellante voldoende opleidingsniveau en taalvaardigheid bezat voor de passende functies. Appellante stelde in hoger beroep dat haar opleidingsniveau en taalvaardigheid te hoog werden ingeschat en vorderde proceskostenvergoeding.
De Raad stelde vast dat appellante geen medische gronden meer aanvoerde en bevestigde de rechtbank in haar oordeel over de arbeidskundige beoordeling. De Raad vond dat appellante, met lager onderwijs in Turkije en schakelonderwijs in Nederland, voldeed aan het vereiste opleidingsniveau en dat haar taalvaardigheid voldoende was gezien haar langdurig verblijf in Nederland. Wel veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten wegens het niet handhaven van het eerdere besluit.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd, maar het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.