ECLI:NL:CRVB:2010:BO8538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep CAK niet-ontvankelijk wegens onvoldoende procesbelang bij eigen bijdrage zorg
Betrokkene had bij het CAK een aanvraag ingediend voor compensatie van het eigen risico over 2008, welke door het CAK werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit ongewijzigd in stand. Het CAK stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep van het CAK zich richtte tegen de vernietiging van het besluit wegens schending van bestuursrechtelijke voorschriften, maar niet tegen de bepaling dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Hierdoor kon het CAK met het hoger beroep geen feitelijk resultaat bereiken.
Op grond van vaste jurisprudentie stelde de Raad dat het CAK onvoldoende procesbelang had bij een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd het CAK een griffierecht opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het CAK wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang.