ECLI:NL:CRVB:2010:BO7877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-toeslag wegens niet-verzekerde jaren echtgenote na verhuizing naar België
Appellant verhuisde in december 1992 met zijn echtgenote naar België, terwijl hij in Nederland bleef werken. Zijn echtgenote was sinds 1972 niet werkzaam en heeft zich na verhuizing niet vrijwillig verzekerd voor de AOW. Bij de aanvraag van het AOW-pensioen in 2006 kende de Sociale Verzekeringsbank (Svb) appellant een pensioen toe van 94% en een toeslag van 68% van het volledige bedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep. De Raad overweegt dat artikel 39 EG Pro (nu 45 VWEU) geen garantie biedt dat verhuizing naar een andere lidstaat voor sociale zekerheid neutraal is. De korting op de toeslag is gebaseerd op het aantal verzekerde jaren van de echtgenote en geldt ook voor in Nederland wonende toeslaggerechtigden met niet-verzekerde partners.
De Raad oordeelt dat appellant niet anders wordt behandeld dan anderen die geen gebruik maken van het recht op vrij verkeer. Eventuele belemmeringen zijn gerechtvaardigd door het legitieme doel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij pensioenrechten. Bovendien had de echtgenote de mogelijkheid zich vrijwillig te verzekeren. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de korting op de AOW-toeslag bevestigd.