ECLI:NL:CRVB:2010:BO7592
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens geschiktheid voor functies na WAO-beoordeling bevestigd
Appellante was werkzaam in de filmindustrie en viel in januari 1999 uit wegens psychische klachten. Na een WAO-uitkering werd deze per 23 januari 2007 ingetrokken omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Zij ontving daarna een WW-uitkering en meldde zich in november 2007 ziek met diverse klachten. Het UWV stelde dat zij geschikt was voor de eerder geduide functies en beëindigde het ziekengeld per 6 november 2007.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen. Het UWV wijzigde het besluit deels door een uitkering over de periode tot 3 december 2007 toe te kennen, maar handhaafde de medische beoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts, waarbij rekening was gehouden met psychische en lichamelijke klachten. De medische rapportages en aanvullende informatie boden geen aanleiding om het standpunt van het UWV te betwijfelen. Het besluit tot beëindiging van het ziekengeld was daarom terecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.