ECLI:NL:CRVB:2010:BO7587
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor laatst verrichte werk als beveiligingsbeambte
Appellant, werkzaam als beveiligingsbeambte, viel op 4 februari 2007 uit wegens diverse klachten waaronder hoofdpijn en concentratieproblemen. Na medisch onderzoek door verzekeringsarts Swart en bezwaarverzekeringsarts Hulst werd vastgesteld dat appellant geschikt is voor zijn laatst verrichte werk vanaf 26 september 2008. Het Uwv beëindigde daarop het ziekengeld.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, stellende dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar zijn psychische belastbaarheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat geen objectiveerbare afwijkingen waren vastgesteld die het werk onmogelijk maken. Overgelegde informatie in hoger beroep bood geen nieuwe inzichten die tot een ander oordeel zouden leiden. Het beroep werd daarom afgewezen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld bevestigd.