ECLI:NL:CRVB:2010:BO7521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering wegens samenloop met Duitse invaliditeitsuitkering
Appellant, sinds 2000 werkzaam als boekhouder, werd gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. Vanwege een gelijktijdige Duitse invaliditeitsuitkering werd zijn WAO-uitkering verlaagd op grond van de anticumulatiebepaling in artikel 65, tweede lid, van de WAO.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze verlaging ongegrond en wees ook zijn verzoek om schadevergoeding af. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder schending van (inter)nationale regelingen en het recht op re-integratie, en stelde dat de Nederlandse en Duitse uitkeringen autonoom zijn en niet verrekend mogen worden.
De Raad oordeelde dat het Uwv terecht de WAO-uitkering verlaagde conform de toepasselijke regelgeving en dat de vaststelling van de uitkering volledig in lijn was met de Europese Verordening 1408/71. Het verzoek om inzage in processtukken en schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De verlaging van de WAO-uitkering wegens samenloop met de Duitse invaliditeitsuitkering wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.