ECLI:NL:CRVB:2010:BO7497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en verrekening WW-uitkering met WAO-uitkering door UWV
Appellant ontving vanaf september 2003 naast een WAO-uitkering ook een WW-uitkering. Na herziening van de WAO-uitkering naar een hogere mate van arbeidsongeschiktheid heeft het UWV de WW-uitkering over de periode van september 2003 tot januari 2005 ingetrokken en het onverschuldigd betaalde bedrag verrekend met de WAO-uitkering. Een restantbedrag dat niet met de WAO-uitkering verrekend kon worden, werd niet teruggevorderd van appellant.
Appellant maakte bezwaar tegen deze verrekening en terugvordering, stellende dat de WW-uitkering niet met terugwerkende kracht herzien kon worden en verwees naar eerdere jurisprudentie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel.
De Raad oordeelde dat appellant geen rechtsmiddel had aangewend tegen het herzieningsbesluit van oktober 2007 en dat het recht op WW-uitkering over de betreffende periode daarmee vaststond. De Raad bevestigde dat het UWV conform beleidsregels heeft gehandeld bij de verrekening en terugvordering.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.