ECLI:NL:CRVB:2010:BO7273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam tot terugvordering van bijstand die aan betrokkene was verleend. Het College stelde dat appellant en betrokkene een gezamenlijke huishouding voerden in de perioden 3 november 2003 tot en met 4 april 2005 en 12 september 2005 tot en met 31 juli 2006, waardoor de bijstand onterecht was toegekend.
De Raad oordeelt dat voor het aannemen van een gezamenlijke huishouding vereist is dat appellant en betrokkene hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden. Hoewel uit verklaringen en onderzoek blijkt dat appellant veelvuldig in de woning van betrokkene verbleef, is onvoldoende bewijs voor het gehele eerste beoordelingsperiode. Met name het ontbreken van aanwijzingen tijdens een huisbezoek in januari 2004 en verklaringen over verblijf elders wegen mee.
Voor de tweede periode is wel voldoende feitelijke grondslag dat appellant zijn hoofdverblijf had in de woning van betrokkene. De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt het College een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor gezamenlijke huishouding in de gehele periode.