ECLI:NL:CRVB:2010:BO7245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt UWV-besluit over korting WAO-uitkering bij vaste arbeidsinkomsten
Appellante ontvangt een WAO-uitkering en is ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse 45-55%. Het UWV paste artikel 44 van Pro de WAO toe door de korting op haar uitkering niet maandelijks te berekenen, met als gevolg dat zij over bepaalde periodes onterecht korting kreeg ondanks gelijkblijvende inkomsten.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het UWV niet verplicht is tot maandelijkse berekening bij vaste lonen. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat voor de toepassing van artikel 44 WAO Pro de fictieve mate van arbeidsongeschiktheid wordt bepaald door vergelijking van het maatmaninkomen met de feitelijke arbeidsinkomsten, ongeacht of het loon vast of wisselend is.
De Raad stelt dat het UWV een tussentijdse loonvergelijking moet uitvoeren indien de ontwikkeling van het maatmanloon een ander, gunstiger kortingsresultaat kan opleveren, zeker wanneer het verlies aan verdiencapaciteit dicht tegen de grens van een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse ligt. De Raad vernietigt het besluit van 10 juni 2008 en herroept de besluiten van 20 en 27 februari 2008, waarbij het UWV de WAO-uitkering slechts over bepaalde tijdvakken mag uitbetalen alsof appellante 35-45% arbeidsongeschikt is, zonder korting over de overige maanden.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten en de kosten van het bezwaar en hoger beroep, en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het UWV-besluit wordt vernietigd en de korting op de WAO-uitkering wordt aangepast met maandelijkse loonvergelijking.