ECLI:NL:CRVB:2010:BO6443

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/3519 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbBezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging juiste salarisperiodiek bij bevordering ambtenaar volgens BBRA

Appellant, werkzaam bij de Penitentiaire Inrichting Scheveningen, werd per 1 oktober 2007 overgeplaatst en benoemd als preventiemedewerker in salarisschaal 7, nummer 1 van het BBRA. Met ingang van 1 oktober 2008 werd hij bevorderd naar salarisschaal 8, waarbij hem het salaris werd toegekend dat hoort bij schaal 8, nummer 0. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit omdat hij meende recht te hebben op salaris schaal 8, nummer 1.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat noch het BBRA noch het handboek van het ministerie van Justitie recht gaf op een hoger salaris dan toegekend. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, stellende dat zijn salaris door de bevordering en de daarbij behorende bevorderingsperiodiek het niveau van schaal 8, nummer 1 zou moeten bereiken.

De Raad overwoog dat de juiste bevorderingsperiodiek was vastgesteld, wat blijkt uit de salarisverhoging van regelnummer 18 naar 19. Het BBRA en het handboek bevatten geen bepaling die toelaat dat naast een bevorderingsperiodiek ook een salarisperiodiek wordt toegekend bij bevordering. De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde de uitspraak van de rechtbank zonder vergoeding van proceskosten toe te kennen.

Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

09/3519 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], thans wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 17 juni 2009, 09/792 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Minister van Justitie: thans de Minister van Veiligheid en Justitie (hierna: minister)
Datum uitspraak: 25 november 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2010. Appellant is verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Z. Wagenaar-Meijer, werkzaam bij het Expertisecentrum Arbeidsjuridisch.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant, toen werkzaam bij de P.I. Scheveningen, werd bij besluit van 30 augustus 2007 met ingang van 1 oktober 2007 overgeplaatst naar het detentiecentrum Alphen aan den Rijn, benoemd in de functie van preventiemedewerker en ingeschaald in salarisschaal 7, nummer 1, van het Bezoldigingbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (BBRA). Bepaald werd dat appellant bij goed en volledig functioneren met ingang van 1 oktober 2008 zou worden bevorderd naar schaal 8 van het BBRA.
1.2. Bij besluit van 9 oktober 2008 werd appellant, wiens salaris inmiddels ten gevolge van een periodieke verhoging was ingedeeld in salarisschaal 7, nummer 2, met ingang van 1 oktober 2008 bevorderd naar salarisschaal 8 volgens het BBRA en werd hem het salaris toegekend dat in die schaal is vermeld achter salarisnummer 0.
1.3. Tegen dat besluit heeft appellant bezwaar gemaakt, omdat hij naar zijn mening recht heeft op het salaris dat behoort bij salarisschaal 8, nummer 1.
1.4. Bij besluit van 20 januari 2009 (hierna: bestreden besluit) is het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Naar haar oordeel kan appellant wegens zijn bevordering noch aan het BBRA noch aan het Handboek financiële arbeidsvoorwaarden van het ministerie van Justitie (hierna: handboek) recht op een hoger salaris ontlenen.
3. In hoger beroep heeft appellant zijn vordering in bezwaar gehandhaafd. De minister heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.
4. Gelet op hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd, overweegt de Raad het volgende.
4.1. Evenals voor de rechtbank staat ook voor de Raad vast dat voor appellant bij zijn bevordering met ingang van 1 oktober 2008 de juiste bevorderingsperiodiek is vastgesteld. Dit komt tot uitdrukking in de verhoging van het salaris van appellant per die datum van regelnummer 18 naar regelnummer 19.
4.2. Appellant stelt ook in hoger beroep dat de bevordering per 1 oktober 2008 zijn salaris brengt in salarisschaal 8, nummer 0, en dat zijn salaris met de hem tevens toekomende bevorderingsperiodiek het niveau van nummer 1 van die salarisschaal bereikt. De Raad kan appellant in deze stelling niet volgen. In de eerste plaats biedt het BBRA appellant hier geen steun. In het handboek, onderdeel 1.2.3, is evenmin bepaald dat bij bevordering een salarisperiodiek behoort en daarnaast een bevorderingsperiodiek. Er is daar enkel sprake van een bevorderingsperiodiek die bij een bevordering behoort.
5. Het hoger beroep van appellant slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.G. Treffers als voorzitter en B.J. van de Griend en G.F. Walgemoed als leden, in tegenwoordigheid van I. Mos als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 november 2010.
(get.) J.G. Treffers.
(get.) I. Mos.
HD