ECLI:NL:CRVB:2010:BO6131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onjuiste medische beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar geen WAO-uitkering toe te kennen. De rechtbank had eerder het besluit van het UWV vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen op basis van een medisch rapport van revalidatie-arts Van Mechelen. Het UWV nam in het bestreden besluit echter een afwijkende medische opvatting aan, gebaseerd op een expertise van psycholoog en therapeuten, en negeerde de urenbeperking die Van Mechelen had vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat het UWV hiermee niet heeft voldaan aan de eerdere uitspraak van de rechtbank en dat het bestreden besluit daarom onjuist is. De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen dat recht doet aan het oordeel van de onafhankelijke deskundige Van Mechelen.
Daarnaast wijst de Raad de proceskosten toe aan appellante en bepaalt dat het UWV het griffierecht moet vergoeden. Vergoeding van wettelijke rente wordt niet toegewezen omdat nadere besluitvorming noodzakelijk is.
De uitspraak benadrukt het belang van het volgen van onafhankelijke deskundigenrapporten in sociale zekerheidszaken en de juiste toepassing van eerdere rechterlijke uitspraken door bestuursorganen.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de eerdere uitspraak.