ECLI:NL:CRVB:2010:BO5104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- M.C. Bruning
- W.H. Bel
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens verstoorde arbeidsverhouding en impasse in re-integratie
Betrokkene was sinds 1997 werkzaam bij de Kamer van Koophandel Den Haag en kampte vanaf 2003 met arbeidsongeschiktheid en problemen in de samenwerking op haar afdeling. Na een onderzoek door de Arbo Unie en gesprekken met medewerkers werd een plan van aanpak opgesteld, maar de verhoudingen bleven verstoord. Het dagelijks bestuur bood betrokkene passende functies aan, waaronder re-integratie in een andere functie, maar betrokkene wilde alleen terugkeren in haar eigen functie.
Het UWV verklaarde betrokkene vanaf augustus 2006 ongeschikt voor haar werk, waarna het dagelijks bestuur haar ontslag verleende op andere gronden. De rechtbank oordeelde dat het dagelijks bestuur onvoldoende had gedaan om ontslag te vermijden en kende een tegemoetkoming toe. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat het dagelijks bestuur wel degelijk passende pogingen heeft gedaan, en dat de impasse vooral te wijten is aan betrokkene zelf.
De Raad stelt vast dat het dagelijks bestuur redelijk heeft gehandeld door betrokkene te ontslaan vanwege de verstoorde arbeidsverhouding en de onmogelijkheid tot re-integratie in haar eigen functie. Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit van 3 augustus 2009, waarin een tegemoetkoming werd toegekend, wordt vernietigd.
De Raad acht geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten en bevestigt dat het ontslagbesluit rechtmatig is genomen binnen de kaders van het Rechtspositiereglement Kamer van Koophandel Haaglanden.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen het ontslag wordt ongegrond verklaard en het besluit tot ontslag wordt bevestigd zonder aanvullende tegemoetkoming.