ECLI:NL:CRVB:2010:BO4590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing urenbeperking en functiebeschikbaarheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als secretaresse, ontving sinds 2000 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok deze uitkering in 2007 in na een herbeoordeling op basis van het aangepaste Schattingsbesluit. Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen door de rechtbank.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar beperkingen, met name psychische klachten en urenbeperkingen tijdens een behandeltraject, onvoldoende waren meegewogen. De Raad overwoog dat de medische beperkingen niet waren onderschat en dat de psychische klachten waren betrokken in de beoordeling. Wel oordeelde de Raad dat het UWV ten onrechte geen urenbeperking had opgenomen voor de duur van de behandeling bij de Sint Maartenskliniek, wat strijdig was met artikel 7:12 Awb Pro.
Verder stelde de Raad vast dat de functie van schadecorrespondent niet aan de schatting ten grondslag kon worden gelegd vanwege onvoldoende onderbouwing van de belasting en compensatie van de linkerhand. Hierdoor resteerden onvoldoende functies voor de schatting, wat strijdig was met artikel 9 van Pro het Schattingsbesluit. De Raad vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit van 16 januari 2007, waardoor appellante recht houdt op een WAO-uitkering van 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid vanaf 6 maart 2007.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van proceskosten en griffierecht voor appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt herroepen en appellante behoudt recht op een uitkering van 35 tot 45%.