ECLI:NL:CRVB:2010:BO4348
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- C. de Blaeij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet melden vermogen in Turkije
Appellant ontving bijstand van september 2005 tot april 2007. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam ontdekte dat appellant bezittingen had in Turkije die niet waren gemeld. Na verzoek om informatie, waaronder een taxatierapport, bleef appellant in gebreke. Het College trok daarom bij besluit de bijstand met terugwerkende kracht in vanaf september 2005 en vorderde de teveel betaalde bijstand van €18.832,43 terug.
Appellant maakte geen bezwaar tegen het intrekkingsbesluit, maar stelde in hoger beroep dat hij geen beschikking had over de woning in Turkije vanwege een nog niet verdeelde erfenis, en dat het intrekkingsbesluit hem daarom niet mocht worden tegengeworpen. De Raad oordeelde dat het College terecht op grond van artikel 58 WWB Pro bevoegd was tot terugvordering en dat er geen dringende redenen of bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te zien.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep van appellant ongegrond verklaarde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Talman en griffier De Blaeij op 16 november 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de bijstand bevestigd.