ECLI:NL:CRVB:2010:BO4346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening dagloon na ontslagvergoeding
Appellant was werkzaam bij een werkgever waarvan de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2007 werd ontbonden. Het UWV stelde het dagloon vast op €135,24 en kende een WW-uitkering toe. Appellant vorderde later een nabetaling van €12.500 bruto als ontslagvergoeding, welke hij wilde laten meenemen in de dagloonberekening.
Het UWV weigerde deze nabetaling als loon mee te nemen bij de dagloonvaststelling, omdat het bedrag niet als loon in de referteperiode kon worden aangemerkt en onvoldoende onderbouwd was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de nabetaling geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormde om het oorspronkelijke besluit te herzien. Ook zonder de kwalificatie als ontslagvergoeding bood het bewijs onvoldoende basis om het bedrag als loon te beschouwen. De herziening van het dagloon kon daarom niet plaatsvinden, en er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ontslagvergoeding niet als loon kan worden meegeteld bij de dagloonvaststelling.