ECLI:NL:CRVB:2010:BO4306

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-6477 Wajong
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 BeroepswetArt. 22 Beroepswet
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na tegemoetkoming bezwaar Wajong

Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV omtrent zijn Wajong-uitkering. Het UWV kwam met een nieuw besluit op 9 juni 2010 geheel tegemoet aan de bezwaren van appellant. Hierop trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot betaling van wettelijke rente en proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het UWV inderdaad geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen en wees het verzoek van appellant toe. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, met verwijzing naar een eerdere uitspraak over de wijze van rente-berekening.

Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van proceskosten, begroot op € 322,- voor rechtsbijstand in beroep en € 437,- voor rechtsbijstand in hoger beroep, totaal € 759,-. De procedure vond plaats zonder zitting, met instemming van partijen. De griffier was A.L. de Gier.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten aan appellant.

Uitspraak

09/6477 Wajong
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:73a en artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 27 oktober 2009, 09/857
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 17 november 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft H.J.A. Aerts, werkzaam bij Delescen advocaten te Roermond, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 9 juni 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 6 juli 2010 heeft Aerts namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het Uwv met het nieuwe besluit van 9 juni 2010 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad wijst het verzoek van appellant toe om het Uwv te veroordelen in de vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, LJN ZB1495, gepubliceerd in JB 1995, 314.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met deze procedure redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 437,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
De Raad merkt verder op dat uit artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellante zich met een verzoek om vergoeding van het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht tot het Uwv kan wenden.
Aangezien de overgelegde toevoeging niet op naam staat van de gemachtigde van appellant, hecht de Raad daaraan voor de onderhavige procedure geen betekenis.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de wettelijke rente zoals in rubriek II van deze uitspraak is aangegeven;
Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 759,-.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 november 2010.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) A.L. de Gier.
IvR