ECLI:NL:CRVB:2010:BO4297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.C.P. Venema
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tegemoetkoming thuiswonende gehandicapte kinderen op grond van onvoldoende zorgzwaarte
Appellante ontving sinds 2007 een tegemoetkoming voor haar zoon met autisme op grond van de Regeling tegemoetkoming thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 (TOG 2000). Na een heronderzoek en medisch advies van ClientFirst werd vastgesteld dat haar zoon een score van vier punten behaalde op het Beoordelingsinstrument, onder het vereiste minimum van zes punten, waarna de tegemoetkoming werd beëindigd.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat het Beoordelingsinstrument onvoldoende rekening houdt met de zorgzwaarte bij autisme en dat het instrument niet openbaar en onduidelijk is. De SVB handhaafde het besluit en stelde dat het instrument een adequate en uniforme beoordeling mogelijk maakt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het instrument passend is en de zorgzwaarte niet onderschat is. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat het instrument niet in strijd is met geschreven of ongeschreven recht, ook niet voor kinderen met autisme. De Raad concludeert dat de score van de zoon onvoldoende is voor een tegemoetkoming en dat de aangevallen uitspraak bevestigd wordt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de tegemoetkoming wegens onvoldoende zorgzwaarte volgens het Beoordelingsinstrument.