ECLI:NL:CRVB:2010:BO4126
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid en afwijzing schadevergoeding in hoger beroep WAO-uitkering
Appellant, sinds 2000 werkzaam als boekhouder, viel in november 2000 uit wegens chronische darmklachten. Na gedeeltelijke hervatting van werkzaamheden werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 45-55%. In 2007 beëindigde het UWV de WAO-uitkering, maar verklaarde het bezwaar van appellant gegrond vanwege een onjuist criterium en het niet realiseren van een thuiswerkvoorziening. De rechtbank vernietigde het besluit en gaf het UWV opdracht opnieuw te beslissen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder schending van (inter)nationale regelgeving en onjuiste feitenvaststelling. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd vast op 45-55%. De Raad oordeelde dat de re-integratiegronden buiten de procedure vielen en bevestigde dat het UWV-besluit in stand kon blijven. Tevens werd het verzoek om inzage van processtukken en schadevergoeding afgewezen.
De Raad wees het wrakingsverzoek af, bevestigde dat verslagen van beraadslagingen niet tot de openbare stukken behoren, en vond geen aanleiding voor pre-judiciële vragen aan het Hof van Justitie. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter H.G. Rottier op 3 november 2010.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.