ECLI:NL:CRVB:2010:BO3956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem geen WAO-uitkering toe te kennen wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen een verkorte wachttijd van vier weken. De rechtbank Maastricht heeft dit bezwaar ongegrond verklaard, omdat uit de medische gegevens bleek dat appellant niet toegenomen arbeidsongeschikt was als gevolg van dezelfde ziekteoorzaak als in 2004.
Appellant stelde in hoger beroep dat een onafhankelijk medisch deskundige moest worden benoemd en dat hij wel degelijk toegenomen beperkingen had. De Centrale Raad van Beroep heeft echter geoordeeld dat appellant geen nieuwe medische gegevens heeft overgelegd die zijn stelling ondersteunen. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de medische gegevens van verzekeringsartsen en specialisten geen aanwijzingen geven voor toegenomen arbeidsongeschiktheid.
Daarom is het verzoek tot benoeming van een onafhankelijk medisch deskundige afgewezen en is het hoger beroep ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak is bevestigd en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.