ECLI:NL:CRVB:2010:BO3824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R. Kooper
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens handel in drugs en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB, maar uit een strafrechtelijk onderzoek bleek dat hij zich bezighield met handel in verdovende middelen. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage trok daarom de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het strafrechtelijk onderzoek, bestaande uit observaties, telefoontaps, verhoren en een drugsinbeslaglegging, vormde een voldoende grondslag voor het besluit van het College.
Appellant had zijn inlichtingenplicht geschonden door geen inkomsten uit de drugshandel op te geven. Hoewel appellant stelde dat het College niet zorgvuldig had gehandeld en geen hoor en wederhoor had toegepast, oordeelde de Raad dat appellant voldoende gelegenheid had gehad zich uit te laten tijdens de hoorzitting. Het College was bevoegd tot intrekking en terugvordering, en het beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens handel in drugs en schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.