ECLI:NL:CRVB:2010:BO3800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- C. van Viegen
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Beslissing over premiereductie bij te late registratie arbeidsovereenkomsten
Betrokkene heeft bij het UWV verzocht om toepassing van een gereduceerde wachtgeldpremie voor werknemers over de jaren 2004 en 2005, maar heeft de arbeidsovereenkomsten niet tijdig ter registratie voorgelegd. Het UWV wees het verzoek aanvankelijk af, maar verklaarde bezwaar gegrond voor een werknemer over 2005. De rechtbank stelde het beroep van betrokkene deels in het gelijk en vernietigde het besluit van het UWV.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep overwogen dat de regeling omtrent premiereductie niet van toepassing is op jaren die verder terugliggen dan het lopende en het daaraan onmiddellijk voorafgaande kalenderjaar, en dat de late voorlegging van arbeidsovereenkomsten pas in 2007 plaatsvond. Hierdoor vallen de jaren 2004 en 2005 buiten het toepassingsbereik van de betreffende regeling.
De Raad concludeert dat betrokkene met de toegepaste premiereductie over 2005 niet is tekortgedaan en verklaart het beroep van het UWV gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.