ECLI:NL:CRVB:2010:BO3798
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- C. van Viegen
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vorderbaarheid nabetaling overuren bij berekening dagloon WGA-uitkering
Appellant was sinds januari 2006 werkzaam bij een werkgever en werd in september 2006 arbeidsongeschikt. Het UWV kende hem in augustus 2008 een WGA-uitkering toe, berekend op basis van een dagloon met een referteperiode van 1 september 2005 tot 1 september 2006.
Appellant maakte bezwaar tegen het dagloon omdat een nabetaling voor overuren, betaald in april 2007 en betrekking hebbend op overuren uit augustus 2006, niet was meegenomen. Het UWV erkende dit bezwaar gedeeltelijk en verhoogde het dagloon. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond omdat de nabetaling buiten de referteperiode viel.
In hoger beroep betoogde appellant dat de nabetaling vorderbaar was binnen de referteperiode. De Raad oordeelde dat op grond van de toepasselijke CAO Glastuinbouw de overuren uit augustus 2006 pas na 1 september 2006 vorderbaar waren, waardoor deze nabetaling niet binnen de referteperiode viel. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en bevestigde de aangevallen uitspraak met verbetering van gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de rechtbankuitspraak bevestigd dat de nabetaling van overuren buiten de referteperiode valt en niet in het dagloon wordt meegenomen.