ECLI:NL:CRVB:2010:BO3757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilstelling bovenwettelijke ziekte-uitkering en werkloosheidsuitkering
Appellant had vanaf 19 augustus 2004 recht op een werkloosheidsuitkering en een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering. Na een herziening van zijn arbeidsongeschiktheidsklasse werd de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering aangepast, waartegen appellant bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard.
Vanaf 15 september 2006 ontving appellant ziekengeld, waarbij de bovenwettelijke ziekte-uitkering op nihil werd gesteld. Ook tegen deze nihilstelling maakte appellant bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard.
De Raad oordeelde dat de berekeningsgrondslag voor de bovenwettelijke uitkering terecht gebaseerd is op het vastgestelde WW-dagloon, waarbij een juiste premie ziektekostenverzekering in mindering is gebracht. Omdat de ZW-uitkering 70% van het dagloon bedraagt en het dagloon niet hoger is dan het maximumdagloon, is de aanspraak op de bovenwettelijke ziekte-uitkering nihil.
De rechtbank had de beroepen van appellant tegen beide besluiten terecht ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De nihilstelling van de bovenwettelijke ziekte-uitkering en de herziening van de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering worden bevestigd.