ECLI:NL:CRVB:2010:BO3701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- B.J. van de Griend
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling disciplinair ontslag en financiële aanspraken bij ziekte van rechterlijk ambtenaar
Appellant, een gewezen advocaat-generaal, werd in 2009 ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder misbruik van bevoegdheden en valsheid in geschrift. Hij was sinds 2007 arbeidsongeschikt en ontving gedurende 52 weken volledige doorbetaling van zijn bezoldiging, gevolgd door 26 weken 70% doorbetaling. De minister beëindigde deze doorbetaling in juni 2009.
Appellant voerde aan dat hij recht had op rechtspraak in twee instanties op grond van artikel 6 EVRM Pro en dat het ontslag onevenredig was. De Raad oordeelt dat het beroep op artikel 6 EVRM Pro niet leidt tot een verbod op één instantie voor deze bijzondere categorie ambtenaren en dat het ontslag passend is gezien de ernst van het plichtsverzuim.
Verder oordeelt de Raad dat de minister de doorbetaling van de bezoldiging terecht heeft beëindigd na het wettelijk toegestane tijdvak en dat er geen nieuwe feiten zijn die een hernieuwde aanvraag rechtvaardigen. De beroepen tegen de drie bestreden besluiten worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen het disciplinair ontslag en de beëindiging van doorbetaling van bezoldiging worden ongegrond verklaard.