ECLI:NL:CRVB:2010:BO3660
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk bevestigd
Appellant heeft zich op 29 augustus 2007 ziek gemeld met hoofdpijn- en duizeligheidsklachten en werd na medisch onderzoek door verzekeringsartsen per 14 februari 2008 hersteld verklaard voor zijn eigen werk als schoonmaker/afwasser. Het Uwv beëindigde daarop het recht op ziekengeld. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn klachten hem belemmerden in zijn werkzaamheden, met name vanwege knielen en hurken.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de belasting van zijn werk te licht was vastgesteld en dat zijn klachten wel degelijk beperkingen veroorzaakten.
De Raad stelde vast dat de bezwaararbeidsdeskundige de belasting van het werk voldoende had onderzocht en dat knielen en hurken bij de werkzaamheden niet voorkomen. De medische stukken gaven geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van de onderzoeken. Appellant kon zijn standpunten niet met concrete medische gegevens onderbouwen.
De Raad concludeerde dat het Uwv het recht op ziekengeld terecht had beëindigd en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt terecht beëindigd per 14 februari 2008.