ECLI:NL:CRVB:2010:BO3650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- C.P.M. van de Kerkhof
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van juiste medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante ontving sinds 1992 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een heronderzoek in 2004 concludeerde het UWV dat zij geschikt was voor passende parttime functies met een urenrestrictie. Diverse besluiten en bezwaren volgden, waarbij de rechtbank een eerder besluit vernietigde vanwege een niet-geregistreerd medisch onderzoek.
Het UWV nam een nieuw besluit op bezwaar, dat door de rechtbank werd bevestigd. Appellante stelde in hoger beroep dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld, maar de Raad vond geen aanleiding dit te volgen. Medische rapporten, waaronder die van een bezwaarverzekeringsarts, ondersteunden de vastgestelde beperkingen en de geschiktheid voor parttime functies.
De Raad oordeelde dat klachtenbeleving subjectief is en niet één op één vertaald kan worden in beperkingen zonder objectieve medische gronden. Ook nieuw overgelegde medische stukken gaven geen aanleiding tot aanpassing van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; WAO-uitkering herzien met arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%.