ECLI:NL:CRVB:2010:BO3590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Arbeid als magazijnmedewerker geldt als 'zijn arbeid' in Ziektewetzaak
Betrokkene liep in 1982 een ernstige onderbeenfractuur op en kreeg daarna diverse uitkeringen. Vanaf 1988 werkte hij bij verschillende werkgevers, waaronder ruim zes jaar bij een werkgever als magazijnmedewerker. Na een periode van ziekte en ontslag bij een andere werkgever, werd betrokkene ziekengeld toegekend. Verweerder stelde dat betrokkene per 13 mei 2008 geschikt was voor het werk dat hij langdurig bij de werkgever had verricht, maar baseerde dit op een onjuiste wettelijke grondslag.
De rechtbank oordeelde dat het laatst verrichte werk niet als 'zijn arbeid' kon worden aangemerkt vanwege de korte duur en fysieke belasting, en stelde dat het werk bij de werkgever de juiste maatstaf was. De rechtbank vernietigde het besluit van verweerder wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing en beval een nieuw besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat betrokkene met zijn klachten het werk bij de werkgever kon verrichten. De gemachtigde van betrokkene benadrukte dat het werk fysiek belastend was en dat een arbeidskundig onderzoek had moeten plaatsvinden.
De Raad concludeerde dat het werk bij de werkgever als 'zijn arbeid' geldt en dat het medisch onderzoek zorgvuldig en goed gemotiveerd was. Omdat betrokkene geen tegenbewijs leverde, verklaarde de Raad het beroep ongegrond en vernietigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.