ECLI:NL:CRVB:2010:BO3582
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R. Kooper
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde kinderalimentatie
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande ouder en ontving daarnaast kinderalimentatie die haar ex-echtgenoot aan haar meerderjarige zoon betaalde. De gemeente Utrecht herzag de bijstand en vorderde terugbetaling omdat betrokkene niet had gemeld dat haar zoon alimentatie ontving. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende bewijs over de alimentatiebedragen.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat betrokkene op de hoogte was van de alimentatiebetalingen en dat deze als middelen in de zin van de WWB moesten worden beschouwd. De Raad oordeelde dat betrokkene haar inlichtingenplicht had geschonden door deze inkomsten niet te melden.
De Raad stelde vast dat de alimentatie in de periode van 1 maart 2006 tot 31 januari 2007 waarschijnlijk gelijk verdeeld was over beide kinderen en dat vanaf 1 februari 2007 het bedrag van €250 per maand voor de zoon werd betaald. De Raad verklaarde dat de gemeente bevoegd is de bijstand over deze perioden te herzien en de ten onrechte ontvangen bijstand terug te vorderen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en de gemeente werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De bijstand wordt herzien en teruggevorderd wegens niet gemelde alimentatie, met bevestiging van het eerdere vonnis en veroordeling in proceskosten.