ECLI:NL:CRVB:2010:BO3535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 15 juni 1990
Appellant, woonachtig in Marokko, vordert een WAO-uitkering met ingang van 15 juni 1990. Na eerdere vernietiging van een besluit door de Raad, heeft het UWV nader medisch onderzoek laten verrichten door diverse specialisten. Deze concludeerden dat appellant weliswaar maag- en rugklachten had, maar niet zodanig arbeidsongeschikt was dat een uitkering gerechtvaardigd was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV voldoende had onderbouwd dat appellant niet arbeidsongeschikt was in die mate dat een WAO-uitkering toegekend moest worden. Appellant stelde dat de procedure te lang duurde en dat zijn medische situatie niet meer betrouwbaar vastgesteld kon worden, en eiste een hogere schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de specialisten zorgvuldig te werk zijn gegaan en dat er geen sprake is van een uitkeringsgerechtigde arbeidsongeschiktheid per 15 juni 1990. De Raad erkent de lange duur van de procedure maar wijst erop dat tijdsverloop op zich geen grond is voor toekenning van een WAO-uitkering. De Raad verhoogt de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn tot €8.000,-, conform eerdere uitspraken, en bevestigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering per 15 juni 1990 en wijst het beroep af.